Deze week was ik op reis door China. Via Shanghai ben ik naar Shenzen gegaan en vervolgens na een korte stop van een dag vanaf HongKong vannacht naar huis gekomen.
Uiteraard wordt ook bij zo’n reis zo veel mogelijk gekeken naar en gebruik gemaakt van de bijzonderheden van een land. Nu staan Chinezen bekend als mensen die (bijna) alles eten. Bij een bezoekje aan de dry food market van HongKong word je daar continue mee geconfronteerd. Gedroogde zeekomkommers, schildpadschilden, vliegende honden, slangenhuiden, vogelnestjes. Je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt er en men heeft er een toepassing voor. Haaienvinnen van een halve meter of groter vind je in bijna elke shop.

Tijdens het eten in Shanghai vroeg mijn gastheer wat we wilde drinken. Flessen met Franse wijn waren er in alle soorten en maten. Hij stelde voor als extra een lokale rijstwijn te bestellen.
Wat schets mijn verbazing: een karaf van 250 ml met witte wijn (nou ja 45% alcohol) waarin twee zeepaarden drijven. Op zichzelf smaakte het drankje best goed, maar het is een vreemde ervaring dat beschermde beesten zoals zeepaarden daar in de drank verdwijnen. Het was goed voor de gezondheid kreeg ik er bij te horen. Naast zeepaarden verdwijnen ook slangen en insecten in de drank. Ze dobberen er een paar dagen in om de geneeskrachtige stoffen op te nemen in de drank.

In Libanon gaan we zo ver niet, maar ook daar komen reizigers vreemd gebruiken tegen. Geniet er van een leer er mee om te gaan. Zoals de verkoper in HongKong tegen mij zei: elk land heeft zijn eigen gebruiken en regels. Dat het meenemen van een dood zeepaardje bij de Nederlandse douane al voor problemen kan zorgen staat buiten kijf! In Libanon speelt iedereen met wapens, maar denk er aan. In Nederland denken we er anders over. Dus……


