Totdat ik opeens iets langs mijn benen voelde strijken, ik keek omlaag en zag een bruin rood katje dat zich aan mijn voeten had genesteld. Blij verrast van deze affectie van het diertje begon ik het te strelen, bij nadere bestudering zag ik dat het beestje ondervoed en smerig was. Toni was opgevallen dat ik mij met het beestje bezig hield en dacht dat ik werd lastiggevallen door het beest, met luide sis geluiden en schoppende bewegingen in de richting van het dier trachte hij zijn goede klant te beschermen. Ik pakte het op en nam het op mijn schoot om het weerloze scharminkel tegen deze bruut in bescherming te nemen. Toni hief beide armen ten hemel en ging onder voor mij onverstaanbaar gemompel verder met het bedienen van zijn Clientèle.
De verantwoording voor het welzijn van het BEEST lag nu geheel bij mij begreep ik uit deze confrontatie met Toni.
Manmoedig met het dier in mijn armen rekende ik af en keerde huiswaarts. Vanaf nu nam ik de verantwoordelijkheid voor “Pluk”. Zij is het evenbeeld van de kat die ik dertig jaar geleden in Libanon verzorgde en die regelmatig door mijn maten en het kader werd verjaagd. Ik heb haar toen moeten achterlaten bij terugkeer naar Nederland.




