Veteraan bij Nederlands “ORANGE HOUSE” in Libanon: ‘Als ik dit gehad heb, zit het in mijn hart’

 

Veteranen in Libanon brengen bezoek aan Orange House 

Een groep mannen en vrouwen in blauwe polo’s met een biertje op het terras in Libanon. Het ziet eruit als een gezellige vakantie, maar dat is het niet: voor deze 55-plussers is het een emotionele trip langs pijnlijke herinneringen van liefst 40 jaar oud.

Toen kwamen deze veteranen aan in Zuid-Libanon voor de UNIFIL-missie om vrede te bewaren op de grens met Israël. In die tijd werd er geen rekening gehouden met eventueel opgelopen trauma’s, nu is er een Orange House geopend voor Nederlandse veteranen om dingen te verwerken. In dat speciale gasthuis kunnen ze altijd terecht, ook met familie.

“Destijds zijn ze hierheen gekomen, een beetje onvoorbereid, met een gevoel van een vakantiemissie. Zo werd de missie verkocht”, zegt oud-humanistisch raadsman Bart Hetebrij. “Ze hebben toen allemaal dingen meegemaakt die op een jonge leeftijd vrij indrukwekkend zijn.” Nu, tientallen jaren later, proberen ze die ervaringen een plekje te geven, zegt Hetebrij. “Nu zijn ze op een leeftijd van 55 tot 60 en proberen ze een tussenbalans op te maken: wat heeft deze uitzending voor mij betekend Ten goede of ten kwade.”

Blauwe baret inleveren

Veteraan Ad de Bruyn herkent het gevoel waar Hetebrij het over heeft. “Na de missie werd ik bedankt voor mijn diensten. Ik zat nog twee jaar in het leger daarna, maar moest in Nederland meteen mijn blauwe baret inleveren”, zegt De Bruyn.

“Eigenlijk zeiden ze: nu ben je weer in Nederland, nu moet je weer normaal doen”, vertelt De Bruyn aan correspondent Marcel van der Steen in het Libanese Tyre.

‘Je kunt thuis van alles vertellen, maar hier samen beleven verinnerlijkt het meer’

Over traumaverwerking hoorde De Bruyn niets. “Nee, pas na 20 jaar kreeg ik een brief van ‘heb je hulp nodig?’. Dan hoeft het niet meer. Dan is het te laat.”

Een andere veteraan heeft vier kaarsjes bij zich. “Die heb ik opgestoken bij de plaats delict. Dan heb ik mijn momentje en dan sla je gewoon dicht”, vertelt hij emotioneel. “Nog steeds heb ik daar last van. Maar ik denk ook: als ik dit gehad heb, zit het in mijn hart en hoop ik dat ik er vrede mee kan hebben.”

   

correspondent Marcel van der Steen in het Libanese Tyre.

https://nos.nl/artikel/2283130-veteraan-bij-nederlands-gasthuis-in-libanon-als-ik-dit-gehad-heb-zit-het-in-mijn-hart.html

 

 

DUTCH UNIFIL VETERANS HONOUR THEIR FALLEN U.S MARINE COMRADES

 

Dear Honorable Ambassador,

I would like to extend my thanks to you for accepting the Dutch UNIFIL veterans to honor and commemorate our fallen US Marine comrades at the monument “They Came In Peace”, it was truly impressive.

Your warm presence and kind words made the commemoration even more memorable. The reception afterward and the fact that we could meet and talk with your staff officers and servicemen in an unstrained manner caused that the veterans felt at ease and appreciated.

I remember the story’s my late father used to tell me about the young American soldiers who enlisted to liberate the Netherlands. He often took me and my brothers and sisters to the US war cemetery’s in The Netherlands, Belgium, and France and taught us never to forget the sacrifices those young men and their families back home made.

My father did not hesitate when I asked him at the age of 18 to grant me permission to voluntary join the Dutch army to go on a mission to Lebanon.

I myself was touched when my daughter Nathalia recited the poem during the ceremony at the US Embassy to honor our US Marine brothers. when I looked at the faces of our Lined-up veterans my father’s face appeared in my memory.

He inspired me with his stories about brave young American servicemen, as I try to do with my children now and I know our veterans do the same with their children.

To close, I would again like to express my gratitude for an unforgettable commemoration ceremony on behalf of our foundation “ Weerzien met Libanon” and the Dutch UNIFIL Veterans.

Please know that all our brothers will not be forgotten for “They came in Peace”.

Sincerely yours,

Chris Laarhoven

Chairman of the foundation “Reunion with Lebanon”

‘Soms waren we weer de deugnieten van weleer’

Twee keer werd Jos Remmen als militair uitgezonden naar Libanon, maar de impact kwam pas veel later. Als gevangenisbewaarder stevende hij af op een burn-out en werd de diagnose PTSS. Na bijna tien jaar therapie in het Sinai Centrum durfde hij in 2018 een terugkeerreis aan. “Ik ben nog aan het nagenieten.”

Het gevoel van onmacht, dat is wat Jos Remmen (60) zich herinnert van zijn tweede tour in Libanon. “Israël was het land binnengevallen in het kader van operatie Peace for Galilea. Wij voelden ons zogezegd ‘in de zak gescheten’. Hoezo mandaat? Ze trokken zich niets van de VN aan, terwijl ze daar volgens mij toch lid van zijn. Ze veegden gewoon Zuid-Libanon leeg.”

Libanon

Toen de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL zich in 1979 aandiende, tekende Remmen als beroepsmilitair onmiddellijk een bereidverklaring. “Ik was destijds vrijgezel en tot mijn verbazing werd ik eind 1979 al overgeplaatst naar het 44e Painfbat in Assen.” In juni 1980 werd Remmen als sergeant van een mortierpeloton uitgezonden. Hij kwam terecht op Post 7-23 in Jibal al Butm. “Samen met mijn commandant lukte het om een gouden team te smeden. We hebben met ons peloton nog elk jaar een reünie.”

Het was wennen toen hij weer aan de slag moest in Schalkhaar. In januari 1982 keerde hij dan ook terug naar Libanon. Dit keer kwam hij als sergeant 1 terecht op post 7-16 in Al-Yatun. “Het was een soort minikazerne waar ik me voornamelijk met materieelbeheer bezighield.” Later werd hij overgeplaatst naar Haris, maar na de inval van Israël in Libanon veranderde alles. “Het is misschien wel het meest frustrerende moment dat ik ooit heb meegemaakt. Ik heb nog steeds witte vlekken in mijn herinneringen van die tijd, maar de gebeurtenissen op Tyre Barracks komen in dromen nog steeds terug.”

Gevangenisbewaarder

In augustus 1982 keerde hij terug naar Nederland. “Maar ik voelde me ineens niet meer zo lekker in het leger en ben eruit gegaan. Achteraf gezien speelden er toen al verwerkingsproblemen.”

Hij stortte zich volledig op zijn nieuwe werk als gevangenisbewaarder. Toen de problematiek steeds groter werd, kreeg hij een burn-out. Aanvankelijk ging hij toch weer gewoon aan het werk, maar stond uiteindelijk op straat. “Van het ene op het andere moment was ik een wrak. Mijn vrouw zag ineens een man die om niets moest huilen.” Een bedrijfsmaatschappelijk werkster bracht uitkomst. “Zij had ervaring met Defensie en had maar twee vragen nodig om me open te breken.” De relatie met Libanon werd gelijk gelegd en via haar kwam hij in het Sinai Centrum terecht. “De diagnose was PTSS en ik werd daarna ook 100 procent arbeidsongeschikt verklaard.”

Weerzien met Libanon

Het was al langer gaan kriebelen, maar in 2018 besloot hij om deel te nemen aan een terugkeerreis van de stichting Weerzien met Libanon. “Ik had twee doelstellingen: zien of onze aanwezigheid zin heeft gehad en het bezoeken van cultuurhistorische locaties.” Beide zijn volgens Remmen meer dan behaald. “Ik heb een gigantische brok cultuurhistorie opgedaan – in een omgeving waar nu eens niet geschoten werd – en ik heb familieleden gesproken van mensen die ik tijdens de missie kende. Zij waren vol lof over onze inzet destijds. Ze zeiden: ‘We voelden ons door jullie aanwezigheid niet alleen veilig, maar ook serieus genomen.’” Remmen vond ook de groepsdynamiek leuk. “We zijn allemaal lotgenoten. En soms waren we weer de deugnieten van weleer. Ik ben nog aan het nagenieten.”

<<foto>>

Jos Remmen schudt de hand van de voormalige Force Commander van UNIFIL.

“Naar Libanon gaan was voor mij een groot avontuur” Interview met Rob Oostrom

Rob Oostrom was negentien jaar toen hij hoorde van Libanon, hij was dienstplichtig en kon zich aanmelden voor vrijwillige uitzending naar Libanon in het kader van de vredesmissie van de Verenigde Naties. Rob was bezig met zijn slagersopleiding maar wilde eigenlijk wel op avontuur, dus hij schreef zich in om uitgezonden te worden naar Libanon. Een land waar hij als zovele anderen nog nooit was geweest.

 

“Mijn moeder was doodsbang en mijn vader was apetrots” vertelt Rob, zelf wist hij niet wat hij moest verwachten maar hij had er wel zin in. Een avontuur in een ver land en daar dan ook nog iets goeds doen door proberen de vrede te bewaren. “Nu neemt elke negentienjarige een jaar vrij om te reizen, maar in die tijd was dat wel anders. Dat kon niet zomaar!”

 

Rob zat bij de lichting 80-6, met gezonde spanning ging hij, in 1981, met de rest van de mannen richting Libanon. Omdat er in Beiroet te veel aan de hand was en het vliegtuig daar niet meer veilig kon landen, landden ze in Tel Aviv en gingen ze vanaf daar met vrachtwagens naar het zuiden van Libanon.

“Dat was direct al een hele beleving, in Nederland zag het er toen allemaal netjes uit, in tegenstelling tot in Libanon: geen verharde wegen, een rotzooi van half ingestorte huizen, overal geiten, ga zo maar door.” Het was direct een sprong in het diepe, vertelt Rob.

Maar die sprong in het diepe maakte het niet minder mooi. “Mijn tijd in Libanon staat echt voor kameraadschap. Ik heb er vrienden voor het leven gemaakt, samen maak je zoveel mee.” Nadat hij in Libanon is geweest, maakt hij zijn slagersopleiding af, maar gaat uiteindelijk toch voor zijn vader aan het werk bij de varkenshandel. Na 22 jaar stopt hij daarmee en gaat hij voor zichzelf aan de slag als vrachtwagenchauffeur. “Al die tijd ben ik eigenlijk niet zoveel meer met Libanon bezig geweest, het was toch iets wat ‘daar’ gebeurde en wat je meemaakte met je maten daar.”  Toch begon het de afgelopen jaren een beetje te kriebelen bij Rob en toen Johan hem belde of hij niet eens mee wilde op een Weerzien Met Libanonreis, deed hij dat vorig jaar.

Het was een reis die hij, net als de eerste keer Libanon, nooit zou vergeten. “Dat kameraadschappelijke voelde ik weer, we gingen samen weer op missie.” Op de vraag wat hij het meest bijzondere aan de reis vond, hoeft Rob niet lang na te denken “Terug naar post 7-12, je loopt weer die berg op en alle herinneringen stromen binnen. Het ziet er dan wel niet hetzelfde uit, maar het gevoel van toen zal voor eeuwig bij mij blijven.”

 

 

Lebanon, I remember every day and every moment,

And I am proud to have served you

لبنان، اذكر كل يوم وكل دقيقة، وانا فخور جدا بخدمتك.

 

 

Stichting Weerzien met Libanon steunt eerste vrouwenvoetbalelftal van Zuid-Libanon

 

Enige tijd geleden werd WML geattendeerd op het bestaan van de eerste vrouwelijke voetbalclub in Zuid-Libanon. Na het inwinnen van informatie van diverse kanten, hebben wij besloten om deze sympathieke club te gaan ondersteunen op materieel en immaterieel gebied. Weerzien Met Libanon heeft zich eerder ingezet voor het door Nederlanders opgerichte weeshuis Tibnin en het Hiram Hospitaal in Tyre. De ondersteuning van de Terdeba Stars is een mooi vervolg daarop.

 

Tijdens onze komende terugkeerreis van 25 april t/m 5 mei zullen wij deze samenwerking en ondersteuning bekrachtigen door een kijkje te gaan nemen bij de sympathieke dames van Terdeba Stars.

Het idee is geboren om ook de ‘kleine’ dames uit ‘ons’ weeshuis in Tibnin een voetbal clinic aan te bieden bij onze ‘Stars’.

Dat sport verbroedert is duidelijk en dat weten wij Dutchbatt-Dutchcoy Veteranen maar al te goed, wie herinnert zich niet de wedstrijden tussen ons en Irishbatt, Fijibatt en de LAF. Ik denk wel eens dat daar de kiem van de innige vriendschap werd gelegd tussen ons Oranje Legioen en The Green Army. Maar het kon er ook hard aan toe gaan, zoals wijlen Rinus Michels het eens verwoorde: ‘Voetbal is Oorlog’.  Hoe toepasselijk in de situatie van toen. Tijdens de derde helft van deze wedstrijden in Libanon was het goed toeven met onze kameraden en het kwam voor dat je elkaar als ‘Brothers in Arms’ later weer tegenkwam tijdens een inzet ‘In The Service of Peace’.

 

Sport emancipeert  

Waar wij in Nederland het EK-vrouwenvoetbal al hebben gewonnen en het de normaalste zaak van de wereld is, is vrouwenvoetbal in Libanon nog niet zo gewoon. Precies een jaar geleden werd Terdeba Stars als eerste damesvoetbalclub van het zuiden van Libanon opgericht. Het is een volledig onafhankelijke vrouwenvoetbalclub zonder politieke kleur of religieuze verplichtingen. Iedereen is welkom. Van voetbal houdt bijna iedereen, daarbij zijn de vrouwen uit Libanon geen uitzondering. Maar tot vorig jaar was het spelen ervan alleen toebedeelt aan de vrouwen in Beiroet en omstreken. Nu is het spelen van voetbal veel tastbaarder en doen de Terdeba Stars al mee aan de competitie. Er zitten meisjes en vrouwen van alle leeftijden bij en uit wel 18 verschillende dorpen.

 

Door de omstandigheden in het zuiden, ging de opstart een beetje moeizaam, maar uiteindelijk had niemand uit de omgeving bezwaar. Dus kon de club gewoon starten. De club doorbreekt barrières en beperkingen en opent deuren voor jonge meiden en vrouwen om hun sport te beoefenen. En behalve dat, is de club ook belangrijk om de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen te laten zien. Met onze eigen vele ervaringen in het zuiden van Libanon, zijn we blij om deze mooie ontwikkeling te ondersteunen. Op deze manier kunnen we met materiële en immateriële manieren helpen en kunnen we zelf misschien nog een potje met ze voetballen als we er zijn. Want, wie houdt er nou niet van een beetje voetballen?

 

Lebanon, Been There, Went Back