LIBANON! partir c’est mourir un peu.

Libanon apr/mei 2019, een reis met WML.

Een reisverslag van medereiziger Frans van Mourik.

Samen met mijn echtgenote en een grp van 32 veteranen, sommigen met partner of kind, anderen alleen, zijn wij 11dgn in Libanon geweest met het team van WML (Weerzien met Libanon) en het is een zeer mooie, enerverende, spannende, dierbare en vermoeiende reis geweest. Ik had het niet willen missen.

Aankomst do 25042019 in Beirut. Op het vliegveld werkt het niet zoals op Schiphol. Efteling taferelen maar uiteindelijk werden we hartelijk ontvangen door onze reisleider Chris en aansluitend een chaotische rit door Beirut. Met een grote bus door hele kleine en zeer drukke straatjes. Het verkeer is daar absoluut niet zoals hier in Europa en het lijkt wel of eenieder met een telefoon in de hand moet rijden. Het Commodore Hotel in een klein straatje en wat doet de bus dan, gewoon een kruispunt in de buurt blokkeren en niemand neemt daar aanstoot aan.

Vrijdag 26042019 een dagje met officiële herdenkingen en de toerist uithangen. Bij het Franse Monument ‘’ La Résidence des Pins ‘’ werden de Franse para’s herdacht die bij een aanslag om het leven zijn gekomen, daarna bij het US Monument ‘’ They Came in Peace ‘’ hetzelfde gedaan in de Amerikaanse Ambassade voor de US-slachtoffers. De US-ambassadrice was aanwezig en hield een mooie toespraak. Het terrein van de ambassade binnenkomen was een uitdaging, niets werd getolereerd en zelfs Jan zijn rolstoel werd vervangen. Fotograferen absoluut niet toegestaan, er mochten een paar foto’s gemaakt worden met een mob telefoon door een the security.

Daarna zaken gezien als toerist in het gebied ten noorden van Beirut. Voor meer details zou ik willen adviseren naar de WML-site te gaan om het gehele reisprogramma te lezen. Een zeer intensief programma waar wel vanaf geweken zou kunnen worden afhankelijk van de plaatselijke situatie. In de middag zijn we naar het zuiden afgereisd, naar Tyre waar we rest van het verblijf verbleven in het Platinum Hotel, tegenover Tyre Barracks. Vandaar uit hebben we zo veel als mogelijk alle posten bezocht van de medereizigers en dat viel niet altijd mee.

Gelauwerde woorden: ‘’ Niets is wat het lijkt in Libanon ‘’.

Libanezen zijn schatten van mensen en als je zegt dat je Unifiller bent geweest gaan alle deuren open, krijg je te eten, drink je thee en als nodig ook hun huis en laatste cent. De Nederlandse aanpak wordt nog steeds zeer gewaardeerd. Bij Abu Antar (huis achter 7.1A) kwamen we binnen met ± 45 mensen en voordat je het weet staan er 45 plastic stoelen en heeft iedereen thee of koffie. Abu Antar was degene die Sgt Ph de Koning heeft bijgestaan in zijn laatste minuten nadat hij als bijrijder in een YA328 op een AT-mijn was gereden. Met wat oude foto’s in de hand kom je een heel eind en men herkent vaak de personen van ±40jaar geleden. Kinderen zijn blij met een button, kettinkje, oorbel, bellenblaas koker. Ouderen met bloemenzaadjes of bloembollen, onderzetters met tulpen en al dat soort klein gerei. Het was een feestje elke keer weer om dat uitdelen te mogen doen.

Het is er (nog steeds) een rommeltje, iedereen gooit alles op straat en uit het raam. Afval wordt weinig opgehaald en wordt overal verbrand, het verkeer een chaos. Verkeersregels zullen er wel zijn maar daar heb ik niets van gemerkt. Zonder te kijken de weg opdraaien is ” normaal ” maar dat heeft met de filosofie te maken van de Libanees. Wie is hij om bv tegen een ander aan te rijden, de Libanees heeft respect voor de medemens en heeft/ geeft geen oordeel. Je brengt geen schade aan, je rijdt tegen niemand anders aan. Dat accepteren zij, eenieder mag fouten maken en rijden er dan omheen met kabaal van de claxon en met wat handgebaren.

Hier in NL is alles IK. IK kwam van rechts……..IK heb voorrang………..IK had groen licht dus jij bent fout………..IK IK IK. De mensen daar zijn superaardig, geven hun laatste cent en eten aan je want niemand weet of je er de volgende dag nog bent. Inshallah dus, als God het wil. De politiek verrijkt helaas de rijken en de armen blijven arm.

Dutchbatt voormalige gebied.

In het voormalige Dutchbatt gebied is nog steeds vaak hommeles. Het ene dorp is Hezbollah (gele vlag) en het volgende dorp is Amal (groene vlag). In tijden van vrede zijn ze het niet eens met elkaar en als het buurland vervelend gaat doen gaan ze weer samenwerken.

Het voormalige Haddad gebied, de Bovenposten dus, is vrij van Haddad milities (DFF) en volledig in handen van de LAF (Libanese Armed Forces). Tot aan de grens met Israel, the Blue Line. Vrij reizen is af te raden onder Tyre, je hebt overal toestemming voor nodig en zonder een netwerk kom je nergens in het zuiden. Vanaf Tyre naar het noorden is het oké, maar het zuiden zeker niet.

Op 7.1 zit het Libanese leger en je mag er absoluut niet fotograferen (geen enkele Libanese post overigens), 7.2 is er niet meer, er staan 2 villa’s op die plaats, 7.3 en 7.5 zijn huizen met veel nieuwbouw eromheen, 7.6 is weg. 7.1A is weg maar aan de andere kant staat een enorm UN-kamp waar veel? troepen in zit. Voor de voormalige DFF-post (naast 7.1A) staat aan de kust een groot hotel.

7.17 is nog herkenbaar maar wordt binnenkort gesloopt, 7.4 alles weg en onherkenbaar voor mij. Sharif was een alleenstaand huis met zwembad en is nu een drukke straat geworden met aaneengesloten bebouwing en nog steeds een café/restaurant met zwembad. Daar tegenover post 7.18, eveneens aaneengesloten huizen en bijna onherkenbaar. Straatje naar 7.22 is er nog maar de post niet meer.

Ik kon in Haris Dutch HQ herkennen en het WZZ-huis, verder niets (MP-house, Bevo bunker, HerstelPel, etc. etc.). Naqoura HQ is 10x zo groot geworden en tussen 7.4 en 7.3 (de Wadi) ligt een (weliswaar smalle) asfaltweg waar de bus overheen kon rijden. Overal staan huizen, vaak als casco (niet afgebouwd). Dan is het geld op. Villa’s vaak, huizen als kastelen soms.

In post 7.8 zitten Syrische vluchtelingen, daar hebben we een korte en plechtige herdenking gehouden. Overigens hebben we op alle plaatsen waar collega- Unifillers zijn omgekomen een plechtige herdenking gehouden en zijn de omgekomen collega’s herdacht. Op 7.9 (staat leeg) met een prachtig uitzicht hebben de lunch gebruikt. Yatar, Zibqin, Jibal-al-Botm, Siddiqine, Haris, Yatar Kafra zijn bezocht. Plaatsen die ik ken van de plaatjes en verhalen maar nooit ben geweest in 1982-1983. Qana Massacre (bombardement door de buren), wat een verhaal en triest te zien al die slachtoffers, vaak kinderen. Indrukwekkend.

 

Dodenherdenking op 04 mei in Tyre, indrukwekkend. Straat afgezet, veiligheidsmensen met zichtbare wapens rondom, vooroefenen met afmars, een Libanese militaire band met eenheid, het Wilhelmus en het Libanese volkslied, 4 kransen worden gelegd, Veteranen straf in de houding en 2min stilte. Generaals en genodigden, toespraken van NL Def attaché en div anderen en een Libanese medaille, die door Kmar Maj. Maria, Gender Advisor Unifil in ontvangst werd genomen, als blijk van erkenning voor de door oorlogshandelingen omgekomen Sgt Ph de Koning. De Defat (Def attaché) Lkol Carel Gerritsen neemt de medaille weer mee naar NL.

Zuid Libanon anno 2019.

Er is veel vooruitgang te zien in de vorm van huizen en verbrede wegen, soms met belijning en over de gastvrijheid heb ik het al gehad maar Libanezen plannen niets want de buurman schendt nog dagelijks en vele malen allerlei bestanden en VN-resoluties die zijn afgesproken. De UN zal daar nog vele jaren (nu al 40) blijven zitten in dat kruitvat.

Ik dank de gehele grp Veteranen met hun aanhang voor de dierbare verhalen. Ik dank het team WML voor de geweldige begeleiding en logistieke ondersteuning. Er is met iedereen rekening gehouden. Ik had het niet willen missen.

Libanon, partir c’est mourir un peu, met vr gr, 7.1E en echtgenote.

 

 

 

Veteraan bij Nederlands “ORANGE HOUSE” in Libanon: ‘Als ik dit gehad heb, zit het in mijn hart’

 

Veteranen in Libanon brengen bezoek aan Orange House 

Een groep mannen en vrouwen in blauwe polo’s met een biertje op het terras in Libanon. Het ziet eruit als een gezellige vakantie, maar dat is het niet: voor deze 55-plussers is het een emotionele trip langs pijnlijke herinneringen van liefst 40 jaar oud.

Toen kwamen deze veteranen aan in Zuid-Libanon voor de UNIFIL-missie om vrede te bewaren op de grens met Israël. In die tijd werd er geen rekening gehouden met eventueel opgelopen trauma’s, nu is er een Orange House geopend voor Nederlandse veteranen om dingen te verwerken. In dat speciale gasthuis kunnen ze altijd terecht, ook met familie.

“Destijds zijn ze hierheen gekomen, een beetje onvoorbereid, met een gevoel van een vakantiemissie. Zo werd de missie verkocht”, zegt oud-humanistisch raadsman Bart Hetebrij. “Ze hebben toen allemaal dingen meegemaakt die op een jonge leeftijd vrij indrukwekkend zijn.” Nu, tientallen jaren later, proberen ze die ervaringen een plekje te geven, zegt Hetebrij. “Nu zijn ze op een leeftijd van 55 tot 60 en proberen ze een tussenbalans op te maken: wat heeft deze uitzending voor mij betekend Ten goede of ten kwade.”

Blauwe baret inleveren

Veteraan Ad de Bruyn herkent het gevoel waar Hetebrij het over heeft. “Na de missie werd ik bedankt voor mijn diensten. Ik zat nog twee jaar in het leger daarna, maar moest in Nederland meteen mijn blauwe baret inleveren”, zegt De Bruyn.

“Eigenlijk zeiden ze: nu ben je weer in Nederland, nu moet je weer normaal doen”, vertelt De Bruyn aan correspondent Marcel van der Steen in het Libanese Tyre.

‘Je kunt thuis van alles vertellen, maar hier samen beleven verinnerlijkt het meer’

Over traumaverwerking hoorde De Bruyn niets. “Nee, pas na 20 jaar kreeg ik een brief van ‘heb je hulp nodig?’. Dan hoeft het niet meer. Dan is het te laat.”

Een andere veteraan heeft vier kaarsjes bij zich. “Die heb ik opgestoken bij de plaats delict. Dan heb ik mijn momentje en dan sla je gewoon dicht”, vertelt hij emotioneel. “Nog steeds heb ik daar last van. Maar ik denk ook: als ik dit gehad heb, zit het in mijn hart en hoop ik dat ik er vrede mee kan hebben.”

   

correspondent Marcel van der Steen in het Libanese Tyre.

https://nos.nl/artikel/2283130-veteraan-bij-nederlands-gasthuis-in-libanon-als-ik-dit-gehad-heb-zit-het-in-mijn-hart.html

 

 

DUTCH UNIFIL VETERANS HONOUR THEIR FALLEN U.S MARINE COMRADES

 

Dear Honorable Ambassador,

I would like to extend my thanks to you for accepting the Dutch UNIFIL veterans to honor and commemorate our fallen US Marine comrades at the monument “They Came In Peace”, it was truly impressive.

Your warm presence and kind words made the commemoration even more memorable. The reception afterward and the fact that we could meet and talk with your staff officers and servicemen in an unstrained manner caused that the veterans felt at ease and appreciated.

I remember the story’s my late father used to tell me about the young American soldiers who enlisted to liberate the Netherlands. He often took me and my brothers and sisters to the US war cemetery’s in The Netherlands, Belgium, and France and taught us never to forget the sacrifices those young men and their families back home made.

My father did not hesitate when I asked him at the age of 18 to grant me permission to voluntary join the Dutch army to go on a mission to Lebanon.

I myself was touched when my daughter Nathalia recited the poem during the ceremony at the US Embassy to honor our US Marine brothers. when I looked at the faces of our Lined-up veterans my father’s face appeared in my memory.

He inspired me with his stories about brave young American servicemen, as I try to do with my children now and I know our veterans do the same with their children.

To close, I would again like to express my gratitude for an unforgettable commemoration ceremony on behalf of our foundation “ Weerzien met Libanon” and the Dutch UNIFIL Veterans.

Please know that all our brothers will not be forgotten for “They came in Peace”.

Sincerely yours,

Chris Laarhoven

Chairman of the foundation “Reunion with Lebanon”

‘Soms waren we weer de deugnieten van weleer’

Twee keer werd Jos Remmen als militair uitgezonden naar Libanon, maar de impact kwam pas veel later. Als gevangenisbewaarder stevende hij af op een burn-out en werd de diagnose PTSS. Na bijna tien jaar therapie in het Sinai Centrum durfde hij in 2018 een terugkeerreis aan. “Ik ben nog aan het nagenieten.”

Het gevoel van onmacht, dat is wat Jos Remmen (60) zich herinnert van zijn tweede tour in Libanon. “Israël was het land binnengevallen in het kader van operatie Peace for Galilea. Wij voelden ons zogezegd ‘in de zak gescheten’. Hoezo mandaat? Ze trokken zich niets van de VN aan, terwijl ze daar volgens mij toch lid van zijn. Ze veegden gewoon Zuid-Libanon leeg.”

Libanon

Toen de Nederlandse bijdrage aan UNIFIL zich in 1979 aandiende, tekende Remmen als beroepsmilitair onmiddellijk een bereidverklaring. “Ik was destijds vrijgezel en tot mijn verbazing werd ik eind 1979 al overgeplaatst naar het 44e Painfbat in Assen.” In juni 1980 werd Remmen als sergeant van een mortierpeloton uitgezonden. Hij kwam terecht op Post 7-23 in Jibal al Butm. “Samen met mijn commandant lukte het om een gouden team te smeden. We hebben met ons peloton nog elk jaar een reünie.”

Het was wennen toen hij weer aan de slag moest in Schalkhaar. In januari 1982 keerde hij dan ook terug naar Libanon. Dit keer kwam hij als sergeant 1 terecht op post 7-16 in Al-Yatun. “Het was een soort minikazerne waar ik me voornamelijk met materieelbeheer bezighield.” Later werd hij overgeplaatst naar Haris, maar na de inval van Israël in Libanon veranderde alles. “Het is misschien wel het meest frustrerende moment dat ik ooit heb meegemaakt. Ik heb nog steeds witte vlekken in mijn herinneringen van die tijd, maar de gebeurtenissen op Tyre Barracks komen in dromen nog steeds terug.”

Gevangenisbewaarder

In augustus 1982 keerde hij terug naar Nederland. “Maar ik voelde me ineens niet meer zo lekker in het leger en ben eruit gegaan. Achteraf gezien speelden er toen al verwerkingsproblemen.”

Hij stortte zich volledig op zijn nieuwe werk als gevangenisbewaarder. Toen de problematiek steeds groter werd, kreeg hij een burn-out. Aanvankelijk ging hij toch weer gewoon aan het werk, maar stond uiteindelijk op straat. “Van het ene op het andere moment was ik een wrak. Mijn vrouw zag ineens een man die om niets moest huilen.” Een bedrijfsmaatschappelijk werkster bracht uitkomst. “Zij had ervaring met Defensie en had maar twee vragen nodig om me open te breken.” De relatie met Libanon werd gelijk gelegd en via haar kwam hij in het Sinai Centrum terecht. “De diagnose was PTSS en ik werd daarna ook 100 procent arbeidsongeschikt verklaard.”

Weerzien met Libanon

Het was al langer gaan kriebelen, maar in 2018 besloot hij om deel te nemen aan een terugkeerreis van de stichting Weerzien met Libanon. “Ik had twee doelstellingen: zien of onze aanwezigheid zin heeft gehad en het bezoeken van cultuurhistorische locaties.” Beide zijn volgens Remmen meer dan behaald. “Ik heb een gigantische brok cultuurhistorie opgedaan – in een omgeving waar nu eens niet geschoten werd – en ik heb familieleden gesproken van mensen die ik tijdens de missie kende. Zij waren vol lof over onze inzet destijds. Ze zeiden: ‘We voelden ons door jullie aanwezigheid niet alleen veilig, maar ook serieus genomen.’” Remmen vond ook de groepsdynamiek leuk. “We zijn allemaal lotgenoten. En soms waren we weer de deugnieten van weleer. Ik ben nog aan het nagenieten.”

<<foto>>

Jos Remmen schudt de hand van de voormalige Force Commander van UNIFIL.

“Naar Libanon gaan was voor mij een groot avontuur” Interview met Rob Oostrom

Rob Oostrom was negentien jaar toen hij hoorde van Libanon, hij was dienstplichtig en kon zich aanmelden voor vrijwillige uitzending naar Libanon in het kader van de vredesmissie van de Verenigde Naties. Rob was bezig met zijn slagersopleiding maar wilde eigenlijk wel op avontuur, dus hij schreef zich in om uitgezonden te worden naar Libanon. Een land waar hij als zovele anderen nog nooit was geweest.

 

“Mijn moeder was doodsbang en mijn vader was apetrots” vertelt Rob, zelf wist hij niet wat hij moest verwachten maar hij had er wel zin in. Een avontuur in een ver land en daar dan ook nog iets goeds doen door proberen de vrede te bewaren. “Nu neemt elke negentienjarige een jaar vrij om te reizen, maar in die tijd was dat wel anders. Dat kon niet zomaar!”

 

Rob zat bij de lichting 80-6, met gezonde spanning ging hij, in 1981, met de rest van de mannen richting Libanon. Omdat er in Beiroet te veel aan de hand was en het vliegtuig daar niet meer veilig kon landen, landden ze in Tel Aviv en gingen ze vanaf daar met vrachtwagens naar het zuiden van Libanon.

“Dat was direct al een hele beleving, in Nederland zag het er toen allemaal netjes uit, in tegenstelling tot in Libanon: geen verharde wegen, een rotzooi van half ingestorte huizen, overal geiten, ga zo maar door.” Het was direct een sprong in het diepe, vertelt Rob.

Maar die sprong in het diepe maakte het niet minder mooi. “Mijn tijd in Libanon staat echt voor kameraadschap. Ik heb er vrienden voor het leven gemaakt, samen maak je zoveel mee.” Nadat hij in Libanon is geweest, maakt hij zijn slagersopleiding af, maar gaat uiteindelijk toch voor zijn vader aan het werk bij de varkenshandel. Na 22 jaar stopt hij daarmee en gaat hij voor zichzelf aan de slag als vrachtwagenchauffeur. “Al die tijd ben ik eigenlijk niet zoveel meer met Libanon bezig geweest, het was toch iets wat ‘daar’ gebeurde en wat je meemaakte met je maten daar.”  Toch begon het de afgelopen jaren een beetje te kriebelen bij Rob en toen Johan hem belde of hij niet eens mee wilde op een Weerzien Met Libanonreis, deed hij dat vorig jaar.

Het was een reis die hij, net als de eerste keer Libanon, nooit zou vergeten. “Dat kameraadschappelijke voelde ik weer, we gingen samen weer op missie.” Op de vraag wat hij het meest bijzondere aan de reis vond, hoeft Rob niet lang na te denken “Terug naar post 7-12, je loopt weer die berg op en alle herinneringen stromen binnen. Het ziet er dan wel niet hetzelfde uit, maar het gevoel van toen zal voor eeuwig bij mij blijven.”

 

 

Lebanon, I remember every day and every moment,

And I am proud to have served you

لبنان، اذكر كل يوم وكل دقيقة، وانا فخور جدا بخدمتك.